Stichting Power Of Reflection Op zoek naar Medicijnen voor Osteogenesis Imperfecta OI

Interview met dr. I. Korkmaz

Dr. Ibrahim Korkmaz is universitair docent en onderzoeker bij Amsterdam UMC, locatie VUmc. Als medisch bioloog houdt hij zich vooral bezig met brandwonden, wondgenezing en littekenvorming.

 

Wat hebben brandwonden en collageen-bindweefselaandoeningen met elkaar te maken?

“Op het eerste gezicht lijken het heel verschillende problemen, maar de onderliggende processen vertonen duidelijke overeenkomsten. Bij brandwonden zie je vaak overmatige littekenvorming. Dat betekent dat er te veel collageen wordt aangemaakt en afgezet. Het weefsel wordt daardoor dik, stug en minder functioneel. Bij andere bindweefselaandoeningen, zoals fibrose of sommige botziekten, zie je óók dat collageen niet goed wordt georganiseerd. Soms is er te veel collageen, soms juist te weinig, of wordt het verkeerd opgebouwd. Dat geeft problemen in bijvoorbeeld de huid, botten of organen. Juist die overeenkomsten maken het interessant om deze aandoeningen samen te bestuderen.”

Waarom is de huid een goed model om bindweefselproblemen te onderzoeken?

“De huid is heel toegankelijk: je kunt er zo bij. Zelf gebruiken wij voor ons onderzoek huid die overblijft na plastische chirurgie, bijvoorbeeld bij buikwandcorrecties. Uit die stukjes huid isoleren we cellen en kweken we in het lab driedimensionale huidmodellen. Die lijken onder de microscoop sterk op echte huid, al zitten er bijvoorbeeld geen bloedvaten of afweercellen in.
In die modellen kunnen we wondgenezing en littekenvorming heel gecontroleerd bestuderen. Dat is bij bot of organen veel lastiger. Maar huidonderzoek kan gelukkig ook inzichten opleveren die relevant zijn voor bindweefselproblemen elders in het lichaam.”

Waar richt uw huidige onderzoek zich op?

“Mijn onderzoek is in twee hoofdgebieden onder te verdelen. Ten eerste bestudeer ik hoe wonden genezen en waarom dat proces bij brandwonden vaak ontspoort. We zien namelijk dat de ontstekingsreactie bij brandwondpatiënten veel te lang aanhoudt, soms zelfs maanden of jaren en niet alleen ter plaatse van de brandwond, maar in het hele lichaam. Dat belemmert een normale genezing.
Ten tweede werken we aan nieuwe huidmodellen waarin we de processen bij wondgenezing zo realistisch mogelijk kunnen nabootsen. Daarmee kunnen we testen welke factoren wondgenezing verbeteren of juist verstoren.”

U werkt ook aan mogelijke nieuwe behandelingen. Wat is het idee daarachter?

“Samen met collega’s, onder wie dr. Nathalie Bravenboer, onderzoeken we of we de vorming van collageenbundels kunnen beïnvloeden. Bij fibrose en littekens leidt een verstoorde balans tussen collageenaanmaak en -afbraak tot ophoping van stijf, sterk gecrosslinkt collageen met een afwijkende structuur, wat resulteert in verlies van elasticiteit en functie van het weefsel. Dat maakt het weefsel hard en onbeweeglijk. We onderzoeken of we de aanmaak van bepaalde eiwitten die hierbij een rol spelen kunnen verminderen met zogeheten siRNA’s. Dit zijn kleine moleculen die de productie van specifieke eiwitten in cellen afremmen. Het idee hiervoor is afkomstig van prof. Ruud Bank uit Groningen, die inmiddels met pensioen is. Ons doel is niet om wondgenezing stil te leggen, maar om het proces ordelijker te laten verlopen. Bij osteogenesis imperfecta, waar Nathalie zich op richt, is het collageen niet goed van kwaliteit. Daarom zou je niet zozeer de rem erop zetten, maar juist processen willen stimuleren die zorgen voor sterker en beter opgebouwd bindweefsel.”

Wat is er nodig om die volgende stap te zetten?

“Financiering. We hebben duidelijke ideeën voor zogeheten pilotexperimenten: kleine, gerichte studies om te testen of dit concept kansrijk is. Dat vraagt om geld voor laboratoriummaterialen, maar ook om tijd en mensen—bijvoorbeeld een junior onderzoeker die hiermee aan de slag kan.”

Waarom is het zo moeilijk om subsidie te krijgen?

“Publieke subsidieverstrekkers richten zich vaak op groot, klinisch onderzoek met duidelijke en directe toepassingen voor patiënten. Ons werk zit daar nog vóór: wij proberen eerst te begrijpen of een bepaald mechanisme überhaupt beïnvloedbaar is. Dat noemen we fundamenteel of preklinisch onderzoek.

Voor dit type onderzoek is het lastig om financiering te krijgen, omdat je nog geen garantie kunt geven dat het ook echt tot een behandeling leidt. Subsidies van bijvoorbeeld ZonMw zijn meestal sterk gericht op klinische studies, terwijl grote NWO-subsidies juist omvangrijke, goed uitgewerkte onderzoeksprogramma’s vereisen.

Wat wij nu nodig hebben, zijn relatief kleine bedragen voor pilotstudies: eerste experimenten om te testen of een idee kansrijk is. Juist dat soort onderzoek valt vaak tussen wal en schip. Dat is ook precies waar een stichting als Power of Reflection zo’n belangrijke rol kan spelen: door dit vroege onderzoek mogelijk te maken en zo de basis te leggen voor grotere subsidietrajecten in de toekomst.”

Wat betekent de stichting Power of Reflection voor uw onderzoek?

“De stichting fungeert als verbindende factor. Oprichter Cindy Wan brengt onderzoekers samen die elkaar anders misschien nooit zouden ontmoeten. Daarnaast zet zij zich actief in om financiering te vinden, bijvoorbeeld via contacten met farmaceutische bedrijven en investeerders. Voor vroeg onderzoek, zoals de pilotstudies die wij willen doen, is dat van onschatbare waarde.”

Wat hoopt u de komende jaren te bereiken?

“Mijn eerste doel is om deze eerste experimenten daadwerkelijk uit te voeren. Als we kunnen laten zien dat we invloed hebben op hoe collageen in het weefsel wordt opgebouwd en gerangschikt, hebben we een belangrijk startpunt voor verdere ontwikkeling. Uiteindelijk hoop ik dat dit leidt tot nieuwe behandelingen die littekenvorming beperken en misschien ook toepasbaar zijn bij andere bindweefselaandoeningen. Power of Reflection kan daarin een cruciale rol spelen.”

 

“De huid als ingang naar bindweefselaandoeningen”.

 

Geschreven door: Diana de Veld, wetenschapsjournalist