Stichting Power Of Reflection Op zoek naar Medicijnen voor Osteogenesis Imperfecta OI

Interview met dr. N. Bravenboer

Dr. Nathalie Bravenboer is universitair hoofddocent bij Amsterdam UMC en leidt een laboratorium-onderzoeksgroep voor bot- en calciumstofwisseling. Ze zoekt onder meer naar mogelijke behandelingen voor osteogenesis imperfecta, de ‘broze-bottenziekte’. Stichting Power of Reflection helpt daarbij op meerdere manieren.

 

Kunt u uitleggen wat collageen-bindweefselaandoeningen zijn?

“Het draait allemaal om collageen, het molecuul dat fungeert als de ‘lijm’ van ons bindweefsel en stevigheid geeft aan bot, huid, pezen en organen. Als je inzoomt op collageen, dan zie je dat het bestaat uit een soort touw van drie in elkaar gedraaide strengen – dat noemen we de triple helix. Heel veel van deze touwen bij elkaar, die driedimensionaal aan elkaar verbonden zijn, vormen een stevige matrix. In bot wordt die matrix nog extra hard doordat er calciumfosfaat aan bindt.

Er bestaan wel 28 verschillende types collageen, elk met een specifieke functie. Type 1 zit bijvoorbeeld in bot, type 2 in kraakbeen. Wanneer er een genetische afwijking is in het collageen, functioneert het niet goed en ontstaan er problemen. Het weefsel wordt zwakker of juist te stug. In bot kan dat betekenen dat het te bros wordt en sneller breekt. En in pezen en gewrichten kan het bijvoorbeeld zorgen voor hypermobiliteit, zoals bij sommige vormen van Ehlers-Danlos. Vaak kunnen er verschillende genetische afwijkingen aan één ziekte ten grondslag liggen. Bij osteogenesis imperfecta alleen al zijn er zo’n dertig verschillende foutjes in het DNA beschreven die tot de ziekte leiden.”

Wat kan er precies misgaan bij de vorming van collageen?

“Soms wordt de triple helix niet goed gevormd, waardoor er te veel ruimte ontstaat voor calciumfosfaat. Het bot wordt dan overgemineraliseerd. Dat betekent dat het bot hard is, maar niet sterk. Het breekt makkelijk, net als een krijtje. Het kan ook zijn dat cellen maar de helft van de normale hoeveelheid collageen produceren, waardoor het bot minder snel aangroeit en er eveneens te veel calciumfosfaat aan bindt.

Daarnaast kan het misgaan in wat we de processing noemen: het hele proces waarbij de collageenstrengen aan elkaar worden gekoppeld. Daar zijn veel hulpeiwitten voor nodig. Als één van die schakels hapert, gaat het alsnog mis.”

Hoe zoekt u naar behandelingen voor osteogenesis imperfecta?  

“Op dit moment onderzoeken we vooral middelen die de balans tussen botafbraak en botaanmaak kunnen verbeteren. Bij type 1 osteogenesis imperfecta, de mildere vorm waar we ons nu vooral op richten, produceren patiënten ongeveer de helft van de normale hoeveelheid collageen. Deze mensen hebben geen verstoorde groei of botvervorming, maar krijgen wel veel vaker fracturen. Hun botten zijn gewoonweg minder sterk. We kijken onder andere naar een stof die de botafbraak remt, terwijl de botaanmaak wél doorgaat. Zo kun je het bot mogelijk sterker maken.”

Maar kan zo’n medicijn dan ook nog werken als mensen al volgroeid zijn?

“Ja, want botaanmaak en -afbraak is een proces dat levenslang doorloopt. Elke acht tot tien jaar zijn al je botten weer vervangen.”

Hoe lang moeten patiënten nog wachten op zo’n medicijn?

“Dat is lastig in te schatten, maar reken op minimaal tien jaar. We zijn nog echt op basaal niveau bezig – op weefselniveau dus, nog niet eens met dierproeven. Daarna volgen dan nog studies bij patiënten en die duren al snel vijf jaar of langer.”

Ziet u ook nog andere toekomstige behandelingen voor zich?

“Zeker. Er zijn drie typen enzymen die ervoor zorgen dat de triple helix ontstaat en dat collagenen aan elkaar worden gekoppeld. Als je die enzymen stimuleert, krijg je steviger collageen met minder ruimte voor calciumfosfaat, wat overmineralisatie kan tegengaan. En voor andere bindweefselaandoeningen waarbij de collagenen te rommelig worden verbonden, zou je die enzymen juist kunnen remmen. Dat zou interessant kunnen zijn voor fibroseaandoeningen. Chemisch is dit al deels uitgezocht, maar in de praktijk moet het nog worden bewezen. Daar hebben we meer financiering voor nodig.”

U noemt net een andere bindweefselaandoening die ook onder de paraplu van Power of Reflection valt. Hoe is uw samenwerking met deze stichting begonnen?

“Via Cindy Wan, de oprichtster. Zij kende mij nog vanuit haar eerdere voorzitterschap bij de patiëntenvereniging voor osteogenesis imperfecta. Toen zij Power of Reflection opzette, vroeg ze mij om mee te denken en mee te bouwen aan een multidisciplinair wetenschappelijk team.”

Wat betekent de stichting voor uw werk?

“Cindy opent deuren. Dat is echt haar kracht. Ze heeft ervoor gezorgd dat we nu een kernteam hebben van wetenschappers uit verschillende disciplines: naast mij zijn dat onder anderen dr. Ibrahim Korkmaz die brandwondenonderzoek doet, internist-endocrinoloog prof. dr. Carola Zillekens, wiskundige prof. dr. Fred Vermolen en chemicus prof. dr. Ruud Bank. Door onze kennis te bundelen leren we van elkaar. We werken aan verschillende aandoeningen, maar kunnen gebruik maken van elkaars kennis en gereedschappen. Bijvoorbeeld: de brandwondenonderzoekers werken met huid, wat veel toegankelijker is dan bot. Zij hebben technieken en methoden ontwikkeld die wij kunnen aanpassen voor ons botonderzoek. Die kennisuitwisseling is enorm waardevol.

En net zo belangrijk: Cindy heeft contacten gelegd met investeringsmaatschappijen en farmaceutische bedrijven. Als dat tot financiering leidt, krijgen we als wetenschappelijk team echt een enorme boost. Dan kunnen we dat onderzoek naar de enzymen oppakken waar nu niemand zich nog mee bezighoudt.”

Wat is uw hoop voor de toekomst?

“Dat we voldoende financiering verzamelen om écht door te pakken, zodat we straks een nieuw geneesmiddel voor osteogenesis imperfecta hebben. En daar kan Power of Reflection zeker aan bijdragen. Het is een lange weg, maar met de netwerken en contacten die Cindy legt, komen we steeds dichterbij. Alle exposure helpt daarbij: hoe meer mensen weten van deze aandoeningen en het onderzoek dat we doen, hoe beter.”

“Op zoek naar medicijnen voor osteogenesis imperfecta”.

 

Geschreven door: Diana de Veld, wetenschapsjournalist